"Maar waar is de rol van de gemeenschap in dit verhaal?", vraagt wethouder Boddeke van de gemeente Apeldoorn zich af, na afronding van Kalverkamps presentatie. Want energie lééft, klinkt het onder de gespreksdeelnemers. "Mensen wíllen iets met het onderwerp. Ze willen er meer grip op krijgen. Ze lezen over grote overnames en andere schaalvergrotende ontwikkelingen, maar ze willen niet afhankelijk zijn van een pijplijn in Verweggistan."
De gemeente lijkt toch de meest voor de hand liggende schakel naar de inwoners, stelt de dagvoorzitter. Zij zou ontwikkeling én bewustwording kunnen stimuleren en, vreselijk woord, kunnen faciliteren. Maar er zijn ook andere kandidaten voor de vacature, laat Jeroen Bode weten. Bode is vanuit Eneco betrokken bij een initiatief om kleinschalige duurzame initiatieven te ondersteunen. "Wij geloven in de kracht en het organiserend vermogen van de mensen zelf."
Complex speelveld
Maar wíe het ook gaat doen; dát er een regierol vervuld moet worden, daar zijn de meeste aanwezigen het over eens. "De energiewereld is een zeer complex speelveld", zegt Jeu Bielders van Energiebedrijf Utrecht. "Gemeenten, provincies, het rijk, corporaties, private ontwikkelaars, installatiebedrijven, bouwers: ze willen allemaal hun zegje doen. Daarbij moeten normen en beleidsdoelstellingen aan elkaar gekoppeld worden, anders krijg je absoluut een suboptimale situatie. De gemeente heeft daarvoor de beleidsmatige middelen in handen."
"Maar is dat geen romantische reis terug in de tijd?",vraagt dagvoorzitter Moens zich af. "Voor de oorlog waren er allemaal gemeentelijke energiebedrijfjes. Je gooide een stuiver in de meter en je kon weer een half uurtje lezen. Later zag men: 'Jongens dit is te heikneuterig; we gaan de boel weer opschalen'." Moens krijgt de handen niet op elkaar voor zijn vergelijking. "Veertig procent van de energiebehoefte vergt een lokale regisseur", zegt Jaap Korf van de Rabobank. "Hoe je het ook wendt of keert. Het bundelen van tegengestelde doelstellingen kun je alleen lokaal aanpakken. Een wethouder of een bevlogen ambtenaar kunnen op dat vlak veel initiatieven vlot trekken."
"De gemeente staat het dichtst bij de burger", vindt ook wethouder Pieter Treep van de gemeente Kampen. "De man in de straat moet betrokken worden om draagvlak te creëren. Zonder draagvlak kom je nergens." "Dus we zijn er uit?", probeert de dagvoorzitter. "De gemeente moet inderdaad in de regierol stappen?" "Maar dan wel sámen met private partners", klinkt het wat weifelend. "Dáár zit de kennis. Die moeten de gemeenten benutten."
Kennisachterstand
Dat het bij de gemeente aan die kennis vaak schort, weet Edwin Normann van installatiebedrijf Wolter en Dros uit eigen ervaring. "De technologie is voortdurend in ontwikkeling. Gemeenten vragen vaak om duurzame oplossingen die inmiddels alweer achterhaald zijn. Daar is echt sprake van een kennisachterstand." Maar hoe kun je de regie voeren als je de juiste kennis niet hebt?
Albert Moens, nooit te beroerd om een smeulend vuurtje wat op te rakelen, draagt een alternatieve oplossing aan: "Je kunt als overheid toch ook gewoon achteroverleunen en de boel de boel laten? Die energietransitie komt er tóch wel. Waarom zou je je altijd overal mee moeten bemoeien?" Normann moet er niet aan denken dat de gemeente niet langer sturend zou optreden. "Mijn klanten komen bij mij omdat ze bepaalde innovaties moeten doorvoeren om te verduurzamen. Vanwege gemeentelijke normen en eisen. Die klanten zou ik dan allemaal kwijtraken!"
CO2 als motivator?
Er wordt wat gepingpongd over gemeentelijk renovatiebeleid en de (vaak geringe) effectiviteit van vrijblijvende duurzaamheidsadviezen, als wethouder Treep een ander argument voor duurzame energie in herinnering brengt. "Laten we de zachte aspecten van duurzame energie niet vergeten", onderstreept hij: "Het terugdringen van CO2 uitstoot vanwege de klimaatverandering, dáár ligt een rol voor de overheid."
Of toch geld?
"Jawel", vindt Harm Assies, wethouder in de Drentse gemeente Tynaarlo, "Maar dat motiveert de burger niet. Voor hem is geld de belangrijkste motivator."
Anderen geloven daar niks van. "Het verschil tussen de duurste en goedkoopste energieleveranciers is op jaarbasis zo'n 500 euro. Toch stappen er jaarlijks maar 400.000 gezinnen over. Dat klinkt veel, maar op de totale bevolking is dat weinig. De meeste mensen hebben geen idee wat ze kwijt zijn aan energie.
Het blijkt lastig om de vinger te leggen op de werkzaamheid van financiële argumenten. "We hebben in Apeldoorn doorgerekend hoeveel het kost om alle woningen in de stad te isoleren", vertelt Boddeke "En dat leverde een sluitende businesscase op, bij een terugverdientijd van vijftien jaar. Dat we het desondanks tóch niet voor elkaar krijgen, is puur een organisatievraagstuk."
Zoeken naar het ei van Columbus
En zo zijn we weer terug bij af: want wie moet in zo'n geval de regie op zich nemen? Cees Ritzema, interimmanager bij MRS Group, heeft de oplossing, zegt hij. "We leggen de provincie- en waterschapstaken bij de gemeente en verder richten we ons op macroniveau op de nieuw te bouwen energiecentrales. Die moeten duurzaam zijn. Dan bereik je veel meer dan met al die leuke lokale initiatieven." Ook deze suggestie wordt niet ontvangen als het ei van Columbus.
"We hebben nog steeds die vacature niet opgevuld", zegt Moens streng. "Mijn stelling is nu: gemeente en bedrijfsleven kunnen het allebei niet." Daar is men het niet mee eens. "Een maatschappelijke vacature is weliswaar te ingewikkeld voor een marktpartij, maar niet voor maatschappelijke partij. De gemeente dus." "Zouden oude netwerkbedrijven geen rol kunnen spelen?" oppert JBR adviseur Ronald van Rijn. "Zij zijn redelijk neutraal en hebben ingangen naar de burgers." Geen optie, vindt wethouder Treep. "Dan organiseer je het weer van de mensen af. Echte innovatie komt voort uit trots. En trots ben je alleen op wat dichtbij je staat."
Total cost of ownership
"Er gebeurt al heel veel door burgers en bedrijven", vindt Jaap Korf. "De vraag is alleen: faciliteer je dit als gemeente? En hoe pak je dat professioneel aan? Het is niet de bedoeling dat je steeds jezelf opnieuw gaat uitvinden. "Er gebeurt misschien wel veel, maar vooral veel te weinig", werpt Harm Assies vurig tegen. "Over twintig jaar moet de energietransitie een feit zijn. Het begín er nog niet eens."
Misschien dat het helpt om de ontwerp-, aanleg en onderhoudsfase dichter bij elkaar te brengen, wordt gesuggereerd. Daar streeft men in de bouwwereld al naar, maar ook in een proces als dit zou een dergelijke aanpak z'n vruchten kunnen afwerpen. Als de gemeente vanuit een regierol alle spelers in een zo vroeg mogelijk stadium aan tafel zet, ontstaat er een gezamenlijk streven naar een maximaal rendement. Total cost of ownership leidt tot andere getallen, dus ketenbenadering is heel belangrijk.
De gemeente als dienstbare beleidmaker
Ook het stellen van normen door de gemeente, wordt van verschillende kanten als effectieve optie aangedragen. "Beleidsmaatregelen en normeringen dagen marktpartijen uit om met oplossingen te komen." Die normen kunnen zowel op het bedrijfsleven van toepassing zijn, als op regelgeving of subsidieregelingen voor particulieren.
Moens verhaalt van een man die in zijn duurzame woning graag op een klapstoel zat te kijken naar de vrolijk tikkende meter die de hoeveelheid energie aangaf die door de zonnepanelen op zijn dak werd opgewekt. "Als mensen het gevoel hebben een concrete bijdrage te kunnen leveren aan het grote magische geheel, dan worden ze gelukkig. Dus mijn stelling is: als overheid ben je een verlengstuk van de mensen in de gemeenschap die iets wíllen. Dat hoeft niet te leiden tot een regionaal energiebedrijfje; je kunt als gemeente bijvoorbeeld ook hulpvaardig zijn in je RO- en vergunningenbeleid.
"Er is dus een zekere concensus over het feit dat de gemeente wat moet doen", concludeert mede-organisator Ed Buitenhek tegen het einde van de middag. "Maar de VNG is niet op onze uitnodiging voor deze middag ingegaan. Hoe krijgen we gemeenten nu zo ver dat ze toch de nodige stappen gaan zetten?"
Jan Iepsma van Agentschap NL, het duurzaamheidsloket van het Ministerie van Economische Zaken: "Er is draagvlak voor duurzame investeringen. Daarbij is consistentie van beleid erg belangrijk. We moeten een helder scenario schetsen voor de komende twintig jaar, een wortel voorhouden bij de koplopers en de activiteiten van de onwilligen opkrikken met financiële prikkels. Op korte termijn krijgen de grote energiebedrijven een verplichting aan de broek voor de levering van een bepaald percentage duurzame energie. Convenanten helpen namelijk niet, hebben we gezien. Het is de taak van het rijk om randvoorwaarden te scheppen. Ik vind het dus geen slecht idee als de gemeenten in de bedoelde vacature springen om de boel vlot te trekken; liefst met publiek-private constructies." Daarmee is Buitenheks vraag weliswaar niet beantwoord, maar wel de centrale vraag van de middag.
Moens sluit af: "Wat mij betreft is de belangrijkste conclusie dat maatschappelijke betrokkenheid weer op de politieke agenda staat. En of dat nu voortkomt uit economische motieven of uit softere overwegingen, dat maakt niet uit. We kunnen weer met elkaar om de tafel. Bij de gemeente bijvoorbeeld."