Vorige maand heeft het kabinet met de koepelorganisaties van gemeenten, provincies en waterschappen een Bestuursakkoord gesloten. Dit Bestuursakkoord bevat afspraken met betrekking tot een groot aantal hervormingen, overheveling van taken en bezuinigingen. De reacties op het bereikte Bestuursakkoord zijn gemengd: de meeste bestuurders zijn het met de kern van de voorstellen wel eens, ze vrezen echter dat de bijgaande bezuinigingen de plannen onuitvoerbaar maken. Daarover is en wordt dan ook nog volop discussie gevoerd. Op 8 juni, op het VNG-jaarcongres in de Achterhoek, besluiten de gemeenten of zij in meerderheid kunnen instemmen met het onderhandelaarsakkoord. Welke kant gaat het uit?
In dit artikel gaan wij nader in op de bezuinigingen en enkele andere uitdagingen waar gemeenten voor staan en op de vaak fundamentele keuzes die zij moeten maken. Vanuit onze uitgebreide praktijkervaring, integrale en oplossingsgerichte benadering en specifieke kijk op organisaties, processen en HRM betogen wij dat de bezuinigingen binnen de (lokale) overheid in ieder geval visie, leiderschap en investeringen vergen. Wij zien dit artikel als het eerste in een serie artikelen. In verschillende vervolgartikelen zullen wij dieper ingaan op een aantal relevante thema's die samenhangen met de bezuinigingen (maar daar soms ook los van staan).
Uitdagingen
Duidelijk is dat gemeenten voor een grote uitdaging staan: zij krijgen er taken op het gebied van werk (de re-integratie van werklozen), zorg (de uitvoering van de algemene wet bijzondere ziektekosten) en jeugdzorg bij, hebben te maken met afnemende budgetten, waardoor zij (soms fors) moeten bezuinigen en bovendien moeten zij de dienstverlening verder zien te verbeteren (KCC's, Eerste Overheid). Dit wringt, schuurt en knelt, zeker omdat de oplossing vaak wordt gezocht in het inkrimpen van het personeelsbestand. Het risico is dat daarmee korte termijn politiek wordt bedreven en dat onvoldoende wordt ingespeeld en geanticipeerd op andere relevante ontwikkelingen op personeel gebied. Te noemen daarbij zijn onder andere de vergrijzing en de grote uitstroom van personeel de komende jaren waardoor er veel kennis en ervaring verloren gaat, de aanstaande krapte op de arbeidsmarkt en de grotere behoefte aan flexibel (aanstelling in algemene dienst, flexibele schil) en duurzaam inzetbaar (vitaal) personeel.
Wat op dit moment echter met name centraal staat is dat veel gemeenten alle zeilen moeten bijzetten om hun financiële positie (weer) op orde te brengen en te houden. In sommige gevallen kan daarbij, zoals in het verleden ook veelal gebeurde, nog worden volstaan met de welbekende kaasschaafmethode. Steeds meer echter zijn gemeenten genoodzaakt om fundamentele keuzes te maken. Een efficiencyslag (doen we de dingen goed?) alleen is veelal ontoereikend, waardoor juist (ook) de effectiviteitsvraag (doen we de goede dingen?) gesteld en beantwoord moet worden.
Fundamentele keuzes
Een en ander leidt binnen veel gemeenten tot het voeren van een kerntakendiscussie. Ons uitgangspunt is dat deze kerntakendiscussie zich primair moet richten op taken en pas secundair (en als afgeleide daarvan) op geld (formatie volgt taken). Dit betekent dat fundamentele en soms ingrijpende keuzes gemaakt moeten worden: doen we een bepaalde taak (nog) wel of niet (meer)? Daarbij moet in de basis alles bespreekbaar zijn, wat betekent dat alle taken/producten uit de programmabegroting in de kerntakendiscussie ter discussie gesteld moeten kunnen worden en dat ook eventuele heilige huisjes omver geworpen moeten kunnen worden. De volgorde moet echter zijn dat eerst taken worden heroverwogen, vervolgens de financiën daarvan worden berekend en ten slotte de gevolgen voor het ambtelijk apparaat in beeld worden gebracht.
Naast het bezuinigen op en in de eigen organisatie ("snijden in eigen vlees") en het bezuinigen op gemeentelijke voorzieningen kan, om de begroting positief te beïnvloeden, verder ondermeer worden gedacht aan het beperken van gemeentelijke subsidies en het versoberen, uitstellen of niet meer uitvoeren van bepaalde (beleids)voornemens. Ook het zien te verhogen van de gemeentelijke inkomsten (door het verhogen van belastingen en leges) is vanzelfsprekend een optie. Bij alle keuzes die worden gemaakt zal, naast politieke haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de maatregelen, echter goed in ogenschouw genomen en gehouden moeten worden wat de impact en het maatschappelijk effect ("outcome") van die maatregelen op de samenleving is.
Bezuinigingen vergt visie
Het stellen (en beantwoorden) van de effectiviteitsvraag, het voeren van kerntakendiscussies en het nemen van andere maatregelen betekent dat een heldere (toekomst)visie op de gemeente(lijke organisatie) noodzakelijk is: Waar staan wij (voor)? Wat voor gemeente zijn wij / willen wij zijn? Waar willen wij naartoe? Hoe kunnen wij onze doelstellingen bereiken? En welk personeelsbestand (zowel kwantitatief als kwalitatief) hebben wij daarvoor nodig?
Zonder een strategische, politiek-bestuurlijke visie en scherpe antwoorden op de vorenstaande vragen kunnen de bedrijfsvoering, de dienstverlening en/of de ontwikkeling van de gemeentelijke organisatie wel eens stevig onder druk komen te staan.
|
Uit onderzoek (zie Binnenlands Bestuur, nr. 17) blijkt bijvoorbeeld dat 47% van de ambtenaren verwacht dat de burger extra zal moeten betalen voor de dienstverlening van hun organisatie, terwijl 53% van de ambtenaren verwacht dat de kwaliteit van die dienstverlening minder zal zijn. Dat terwijl de dienstverlening juist de core business van de gemeente is en die kwalitatief gezien minimaal op hetzelfde niveau zou moeten blijven (zo is althans een plausibel uitgangspunt). |
Bezuinigen vergt leiderschap
Een en ander betekent ook wat voor het leiderschap binnen de gemeentelijke organisatie. Sowieso is deze rol, ook binnen de overheid, al aan het veranderen van beheersend en controlerend naar meer faciliterend, ruimte biedend en vertrouwen gevend. Daar komt bij dat door de bezuinigingen en reorganisaties het werkklimaat binnen gemeenten er vaak niet beter op blijkt te worden, als gevolg van ondermeer onzekerheid en/of frustratie bij medewerkers, een toenemende werkdruk en verslechtering van de werksfeer. Dit vraagt van leidinggevenden naast visie en het vermogen om richting te geven (strategisch management), innovativiteit en het vermogen om veranderingen door te voeren (verandermanagement) en duidelijkheid, daadkracht en resultaatgerichtheid (resultaat management) zeker ook het vermogen om medewerkers te stimuleren, motiveren, enthousiasmeren, coachen en zich te ontwikkelen (talentmanagement). People managers dus die inspirerend leiding geven en medewerkers positief en –indien nodig– kritisch aanspreken op (de ontwikkeling van) hun competenties en hun prestaties ("performance").
Bezuinigen vergt investeringen
Een derde noodzakelijke en voorwaardenscheppende factor om te bezuinigen is, hoe tegenstrijdig dit misschien ook lijkt, financieel budget. Zowel aan de voorkant (om tot bezuinigingsmaatregelen te kunnen komen) als aan de achterkant (om bezuinigingsmaatregelen te kunnen doorvoeren) is er geld nodig. Aan de voorkant worden veelal verschillende werkgroepen in het leven geroepen die bezuinigingsmogelijkheden en efficiencyvoorstellen aandragen. Via het management-/directieteam en het college van B&W (die al de nodige keuzes maken/voorsorteren) komen deze voorstellen bij de gemeenteraad terecht die uiteindelijk de besluiten neemt. Er zijn dan echter al heel wat mensuren gaan zitten in de voorbereiding van alle voorstellen en het (trachten te) creëren van draagvlak daarvoor. Ook aan de achterkant, dat wil zeggen bij het uitwerken en effectueren van de bezuinigings-/efficiencymaatregelen, dient veelal eerst nog te worden geïnvesteerd (bijvoorbeeld in het kader van flankerend beleid), vooraleer (op termijn) de financiële vruchten daarvan geplukt kunnen worden. De kost gaat dus veelal voor de baat!
De bovenstaande zaken (visie, leiderschap en investeringen) zijn in onze optiek noodzakelijk en voorwaardenscheppend om de bezuinigingen en andere ontwikkelingen die op de gemeenten afkomen het hoofd te kunnen bieden. Ze vormen echter niet dé oplossing voor al die ontwikkelingen. Dé oplossing bestaat namelijk niet! Altijd zal specifiek naar de lokale situatie gekeken moeten worden en zal een samenstel van oplossingen ontwikkeld en geïmplementeerd moeten worden dat in die specifieke situatie de meeste kans van slagen heeft. Maatwerk dus! Wel zien wij een aantal belangrijke thema's die daar veelal in betrokken kunnen worden, zoals slim(mer) samenwerken, bedrijfsdoorlichting en werkprocesoptimalisatie en duurzame inzetbaarheid van personeel en strategische personeelsplanning. Op deze en wellicht andere thema's zullen wij, zoals in het begin van dit artikel reeds aangekondigd, in vervolgartikelen nader terug komen.
Marc van Venrooij,
Adviseur BuitenhekPlus